top of page

Fucino, het meer dat verdween: Claudius, Couperus en de strijd op, tegen en om het water

  • Foto van schrijver: Ingrid
    Ingrid
  • 30 jul
  • 4 minuten om te lezen

"Tusschen de golving der heuvelen lag het meer van Fucinus. Rondom het meer, diepe kom, rijden de heuvelen zich en de hellingen waren als de treden van een natuurlijk amfitheater. Daar was het van volk zóo zwart, zoo dicht samen gestuwd, als ik nooit nog volk gezien had. Ik wist niet, dat er zóo veel menschen op de wereld waren […]

— Louis Couperus, De Naumachie


"Het Fucinomeer en de Abruzzen" (ca. 1789) van Jean-Joseph-Xavier Bidauld
"Het Fucinomeer en de Abruzzen" (ca. 1789) van Jean-Joseph-Xavier Bidauld

Met deze woorden voert Louis Couperus ons mee naar het Fucinomeer, ooit het op twee na grootste meer van Italië, en naar het kolkende spektakel dat zich daar in het jaar 52 n.Chr. moet hebben afgespeeld. In zijn korte verhaal De Naumachie kijken we door de ogen van Pollio, een twintigjarige gladiator die, nadat hij op zijn achttiende veroordeeld werd voor roofmoord, is opgeleid om te vechten – en te sterven – voor het vermaak van het publiek.


Claudius, keizer van Rome, organiseert op het meer een indrukwekkende en dodelijke zeeslag. Vierentwintig oorlogsschepen – twaalf zogenaamd van Rhodos, twaalf van Sicilië – botsen op elkaar in een nagebootste strijd, met duizenden gladiatoren aan boord. Couperus beschrijft hoe het publiek uitzinnig toekijkt vanaf de heuvels die het meer omringen als een reusachtig amfitheater.


Reconstructie van de zeeslag op het Fucinomeer
Reconstructie van de zeeslag op het Fucinomeer

Na de strijd volgt het hoogtepunt: de feestelijke opening van de tunnel die het meer moet droogleggen. Het is een project van ongekende schaal, bedoeld om het land vruchtbaar te maken én om de naam van Claudius in steen te graveren. Maar dan gaat het mis. Het water stort zich met zulk geweld in de nieuw gegraven afvoertunnel dat zelfs de keizerlijke loges in de buurt van de kanalen overspoeld raken. Claudius vlucht, struikelend over zijn mantel – zijn keizerlijke allure ten onder in de modder.


Couperus baseerde zijn verhaal op klassieke bronnen, waaronder Suetonius, Plinius de Oudere en Tacitus. Die laatste beschrijft in zijn Annales (XII, 56-57) hoe Claudius voor de gelegenheid 19.000 mannen liet vechten in een nagebootste zeeslag, terwijl de Romeinse menigte vanaf de hellingen toekeek. En Suetonius schreef:

Met grote moeite voltooide hij een kanaal van drie mijl lang, deels door een berg af te graven en deels door een tunnel te graven; dertigduizend mannen waren elf jaar lang continu bezig met het werk.” (Suet. Claud. 20.2)


ree

Claudius’ onderneming had alles in zich: grandeur, technische vernuft én keizerlijke hybris. Want het ambitieuze tunnelstelsel onder de Monte Salviano functioneerde niet zoals gehoopt. Het meer zakte wel, maar verdween niet, het afwateringskanaal raakte verstopt en malaria bleef voortwoekeren aan de zuidelijke oever.


Toen ik in april 2024 de Cunicoli di Claudio, de overgebleven tunnelmonden bij Avezzano, bezocht, kon ik met eigen ogen zien hoe immens dit project geweest moet zijn. Je dwaalt er door donkere, vochtige gangen, en stelt je voor hoe het water hier ooit doorheen kolkte, met het lot van een keizer eraan verbonden. Ook reed ik over de immense vlakte die na drooglegging van het meer ontstond – een vruchtbare landbouwstreek waar vandaag prijswinnende aardappelen groeien. Want hoewel Claudius faalde, zou het meer uiteindelijk toch verdwijnen.





Edward Lear, de Engelse kunstenaar en schrijver, reisde in 1843 door Abruzzo en beschreef het gebied in woord en beeld in zijn Illustrated Excursions in Italy. In zijn tijd lag het meer er nét nog:


Het Fucinomeer zoals Edward Leard dat tekende. Zie ook zijn verslag van zijn bezoek in dit artikel op deze website.
Het Fucinomeer zoals Edward Leard dat tekende. Zie ook zijn verslag van zijn bezoek in dit artikel op deze website.

Want kort daarna nam prins Alessandro Torlonia het stokje van zijn voorgangers in drooglegging over. Met Zwitserse ingenieurs, tonnen geld (volgens overlevering zou hij hebben gezegd: “Of Torlonia legt het meer droog, of het meer legt Torlonia droog.”) en een flinke dosis koppigheid liet hij de Claudius-tunnel herstellen en uitbreiden. In 1878 werd het meer definitief drooggelegd.



De voormalige watermassa van ruim 140 km² werd getransformeerd tot een van de vruchtbaarste landbouwgebieden van Italië. De vlakte werd verpacht aan boeren, en het land bracht overvloed voort: aardappelen, wortelen, sla – veel daarvan voor de export. Vandaag vormt het Fucino-gebied het agrarische hart van de Abruzzen.


V.l.n.r. Satellietfoto van NASA Earth Observatory - Luchtfoto van Luigi Filici - Luchtfoto van Ra Boe


Toch is de strijd om het water nog altijd niet voorbij. In de zomer van 2024 riepen milieuorganisaties en boerenverenigingen de hulp in van het Tribunale Superiore delle Acque om de waterhuishouding van het Fucino te beschermen. De regio Abruzzo wil meer water onttrekken uit omliggende beken en rivieren om de irrigatie tijdens droge zomers veilig te stellen. Maar organisaties als ARCI, WWF en het Forum H2O waarschuwen voor ecologische schade, vooral in kwetsbare gebieden als de Giovenco-vallei en bij Pescina en Gioia dei Marsi.


Het Fucinomeer mag dan verdwenen zijn – de verhalen, vragen en conflicten eromheen zijn springlevend. Van Claudius tot Couperus, van Lear tot Torlonia, en van Romeinse waterwerken tot moderne irrigatie: steeds opnieuw draait het om hetzelfde element: water.



Bronnen o.m.:

Louis Couperus, De Naumachie, in Schimmen van Schoonheid (via DBNL)

Tacitus, Annalen, XII, 56–57

Suetonius, Vita Claudii, 20

Plinius de Oudere, Naturalis Historia, XXXVI.124

Edward Lear, Illustrated Excursions in Italy

Diverse artikelen in lokale kranten over de strijd om het water

 
 
 

Opmerkingen


RECENTE BERICHTEN
ZOEK OP TAGS
ZOEK OP CATEGORIE

Copyright In Abruzzzo  - KvK 68520042

bottom of page