13 december: het feest van Santa Lucia


De Abbazia di Santa Lucia in Rocca di Cambio

Het plaatsje Rocca di Cambio ligt op de ‘Altopiano delle Rocche’, de hoogvlakte van de rotsen, genoemd naar de rotsen die de plaatsen op de hoogvlakte karakteriseren, Rocca di Cambio en Rocca di Mezzo. De naam van Rocca di Cambio, het hoogst gelegen plaatsje in Abruzzo (1433 meter boven de zeespiegel) heeft te maken met het feit dat hier een pleisterplaats was om paarden te verwisselen op de weg van l’Aquila naar de Marsica (‘cambio’ betekent ‘wissel’).


Iets buiten het centrum van het dorp ligt de Abbazia di Santa Lucia, die dateert uit de elfde/twaalfde eeuw. De aardbeving in 1703 verwoestte vrijwel de gehele abdij en het gehucht er omheen en dwong de bevolking te verhuizen naar wat nu Rocca di Cambio is. De kerk bleef echter grotendeels behouden. Het portaal is uit de vijftiende eeuw, is eenvoudig en heeft een klein roosvenster.


Op 6 april 2009 was l’Aquila het epicentrum van een zeer zware aardbeving, die de stad en de wijde omgeving grote schade aanbracht, zowel persoonlijk als materieel en cultureel. Ook de Santa Lucia in Rocca di Cambio werd getroffen en het duurde tien jaar voordat de kerk hersteld was en weer opengesteld kon worden voor publiek.


De kruiskerk is binnen verdeeld in een middenschip en twee zijbeuken van gelijke lengte, met een transept en een breed priesterkoor zonder apsis. Tegen de rechtermuur van het transept staat een prachtig ciborium uit de vijftiende eeuw. Vanaf het middenschip kun je via een smal trappetje naar de crypte, waar nog resten te zien zijn van fresco’s uit de veertiende/vijftiende eeuw.


Maar het mooiste van de kerk zijn toch wel de fresco’s, die gemaakt zijn door Abruzzese kunstenaars uit de twaalfde/dertiende eeuw die beïnvloed waren door Giotto. Op de muur van het priesterkoor zijn fresco’s te zien die episodes laten zien uit het leven van de heilige Lucia en afbeeldingen van o.a. de heilige Petrus, Paulus en Rita.


De noordelijke muur van het transept is nog rijker aan afbeeldingen. Er zijn drie niveaus. Het onderste laat het Laatste Avondmaal zien, met als bijzonderheid, dat Jezus aan het hoofdeind zit in plaats van in het gebruikelijke midden. Bij de apostelen, die allemaal naar rechts kijken naar Jezus, staat bij ieder afzonderlijk de naam geschreven. Andere bijzonderheid is, dat Judas er niet bij is: in zijn plaats is Paulus door de schilder afgebeeld.

In een paneel rechts van het Laatste Avondmaal is de Madonna met Kind afgebeeld, terwijl links een hoogwaardigheidsbekleder van de kerk (volgens sommigen Celestinus V) geschilderd is, met rechts van hem de heilige Lucia zelf.

Op het middelste niveau zijn in tien panelen episodes uit het leven van Jezus afgebeeld, terwijl in het timpaan in het hoogste niveau Jezus op de troon is afgebeeld in een mandorla (waarmee Jezus’ goddelijkheid wordt benadrukt), met twee engelen naast zich.


Santa Lucia

Voor wie zich afvraagt wie de heilige Lucia eigenlijk was:


Lucia zou rond het jaar 286 te Syracuse op het eiland Sicilië geboren zijn. Volgens de legende bezocht zij met haar zieke moeder Eutychia het graf van de heilige Agatha, dat in Catania, niet ver van Syracuse, lag. Toen haar moeder op wonderbare wijze genas, schonk Lucia al haar bezittingen aan de armen. Die bezittingen waren eigenlijk haar bruidsschat, maar Lucia wilde toch al niet in het huwelijk treden met de voor haar beoogde heidense man, maar zag in Christus haar echtgenoot, aan wie zij haar leven wilde geven. Haar bruidegom kon dat niet erg waarderen en klaagde haar aan vanwege haar geloof in Christus. (Dat bracht immers met zich mee dat men geen offers bracht aan de Romeinse afgoden. Daarmee sloot men zich af van het sociale leven; elke openbare manifestatie begon indertijd met een offerritueel aan de goden. Omdat de keizers goddelijke waardigheid droegen, werd er ook geofferd aan de geest van de keizer. Wie dat weigerde, stelde daarmee een openbare daad van ongehoorzaamheid of zelfs majesteitsschennis.)


Lucia werd ertoe veroordeeld om in een bordeel te gaan werken. Maar zelfs een span ossen kon haar niet van haar plaats krijgen, zo vertelt het verhaal. Ook op de brandstapel had zij nergens last van. Tenslotte stootte de beul haar een zwaard door de keel.


Lucia wordt vaak afgebeeld met een dolk door haar hals, of met een schaal waarop twee ogen liggen, toespeling op de betekenis van haar naam (Lucia < Lux, Latijn voor licht). Later vormde zich om die schaal met ogen weer een nieuwe legende: om gevrijwaard te blijven van opdringerige jongemannen die haar godsdienst en haar persoon niet zouden respecteren, zou zij zichzelf de ogen hebben uitgestoken...


foto: detail van beeld in de Santa Maria Maggiore in Limosano

Zij wordt vereerd als patrones van het licht in de ogen en zodoende ook van blinden en slechtzienden, van artsen, oogartsen en opticiens, van elektriciëns én van prostituees die spijt hebben. Daarnaast van arbeiders in het algemeen, in het bijzonder van glazenmakers, glazeniers en glasblazers, van kleermakers en wevers, van zadelmakers en van venters, van deurwachters en portiers. van schippers en zeevarenden, van boeren en schrijvers.

Haar voorspraak wordt ingeroepen tegen besmettelijke ziekten, keelpijn (vanwege de dolksteek waarmee ze gedood werd), tegen oogkwalen en -ziekten, blindheid (ook geestelijk) en brand (vanwege haar naam); tegen vrouwenziekten en armoede.

Omdat haar feest haast midden in de winter valt, wordt zij vooral in de Scandinavische landen in verband gebracht met midwintergebruiken, een feest als begin van de kerstperiode; daar komen veel kaarsjes en lichtjes aan te pas.

Bronnen: heiligen.net en wikipedia




RECENTE BERICHTEN
ZOEK OP TAGS
ZOEK OP CATEGORIE