Maria, Koningin in Paganica - het Santuario della Madonna d’Appari

Als je het niet weet, rijd je er zó voorbij: het heiligdom van de Madonna d'Appari. Het ligt pal naast de SS17bis, de weg die van l'Aquila naar Assergi leidt, tegen een rotswand aan, deels verscholen door het groen dat langs het ernaast stromende riviertje de Raiale groeit.


Gezicht op het Santuario della Madonna d'Appari (foto Wikimedia Commons - Daphne Foto)

In de dertiende eeuw had de herderin Maddalena Chiaravalle op de plek waar zij altijd haar kudde schapen liet grazen een visioen: Onze-Lieve-Vrouw van Smarten (la Madonna Addolorata [1]) verscheen aan haar met de gestorven Christus op haar schoot. De bevolking van het dorp bouwde vervolgens op die plek eerst een votiefheiligdom gewijd aan de Madonna en daarna een kleine tempel tegen het rotsmassief.



In de loop der jaren is het gebouw een paar keer uitgebreid en werd de SS17bis aangelegd. In 1999 werden de fresco’s in het interieur gerestaureerd, maar de aardbeving van 2009 bracht veel schade aan, zowel aan het interieur als aan de constructie. Gelukkig verliep de restauratie daarvan voorspoedig, zodat al in 2011 de kerk heropend werd voor publiek.



Buitenkant

Zoals gezegd is de kerk gebouwd tegen een rots aan. Links van de kerk zie je een tunnel die de SS17bis dwars door het gebergte leidt, dat boven de kerk uitsteekt. De rechthoekig gevel rust op de uitloper van de rots aan de linkerkant.

In de bovendorpel van het portaal zien we het monogram IHS, dat door de in l’Aquila begraven heilige Bernardinus van Siena actief werd gebruikt. Boven het portaal bevindt zich in het timpaan een fresco van de Madonna met kind.

Het bovenste deel van de gevel is een klokkengevel met drie bogen: twee grote aan de zijkant en de kleinere centrale hoger geplaatst.

Een andere ingang bevindt zich in de muur rechts, met ook een timpaan met een fresco van de Madonna met kind en het IHS-monogram van de heilige Bernardinus [2].


Intern

Het eerste dat opvalt bij binnenkomst is de enorme hoeveelheid aan fresco’s, op de muren en plafonds zowel in de het schip van de kerk als op het priesterkoor. De kerk heeft een enkel schip met een zesdelig kruisgewelf dat rust op zes halve pilaren. De linkermuur van het priesterkoor, waarschijnlijk het oudste gedeelte van het gebouw, loopt taps toe: je ziet dat daar de rots als het ware de kerk binnenkomt.



Tekening afkomstig van www.joostdevree.nl

De kwaliteit van de fresco’s is voor een groot deel weliswaar matig, maar ze zijn scenografisch en iconografisch interessant te noemen.

Zie hier een korte impressie op YouTube.


De fresco’s op de muren van het schip van de kerk

Na binnenkomst zien we links op de muur de Madonna met kind met heiligen, een laat zestiende-eeuws fresco.

Madonna met Kind - Madonna d'Appari Paganica

Op de rechtermuur bevindt zich halverwege een altaar waarboven de Laatste Avondmaal met de apostelen is uitgebeeld, een werk van Pierfrancesco da Montereale, een kunstenaar die in de tweede helft van de zestiende eeuw in Abruzzo actief was. Daarboven, in het lunet, het gebed van Jezus in de Hof van Getsemane.


Communie van de apostelen van Pierfrancesco da Montereale

Rechts van het altaar zijn de fresco’s in twee registers gerangschikt. Bovenaan vrome vrouwen bij het graf en de aartsengel Michael. Onder het raam zien we een knielend biddende figuur (niet duidelijk wie). In het onderste register de Madonna met Kind met daarnaast de heilige Leonardus (zonder hoofd) met de datum 1541 en dan de heilige Martinus te paard die de mantel aan arme geeft. Let op de hoorntjes die de arme op zijn hoofd heeft: een verwijzing naar de strijd die Martinus regelmatig met de duivel had?

Op de linkerfoto met de klok mee: biddende figuur - vrome vrouwen bij het graf - aartsengel Michael - Heilige Martinus met duivel - Madonna met Kind


Links van het altaar drie afbeeldingen van heiligen: een groot fresco van Sint Antonius van Padua (herkenbaar aan de lelie), met links van daarvan een kleinere afbeelding van dezelfde heilige en rechts Sint Bernardinus, met ook hier weer het IHS-monogram. Eronder het jaartal 1631. Nog iets verder zien we Madonna met Kind met daaronder volgens sommigen ook weer het gebed in de Hof van Getsemane.


De fresco’s op het plafond van het schip van de kerk: Maria Koningin

Hoewel de kerk is opgericht om te herdenken dat Maria daar is verschenen (d’Appari) en zij verschenen was als ‘Addolorata’ (Onze-Lieve-Vrouwe der smarten) staat in de fresco’s van het zesdelige kruisgewelf niet haar lijden, maar haar kroning tot koningin letterlijk centraal: de Moeder Gods werd aan het einde van haar aardse leven door God in de hemel opgenomen en door de verrezen en ten hemel opgestegen Christus als Koningin des Hemels gekroond.

De fresco’s op het plafond zijn weliswaar niet van een erg begaafde kunstenaar, maar alles is erop gericht om aan de gelovigen duidelijk te maken dat Maria als Moeder van de Messias een cruciale rol had in de vervulling van de profetieën van het Oude Testament. Rondom de scene van de kroning laten engelen niet alleen met spreukbanden zien van wie Maria de koningin is (van de engelen, van de kerkvaders, van de apostelen en de evangelisten etc.), maar ook bevestigen zij met teksten de rol van Maria in de vervulling van de geschriften hebben voorspeld. Datzelfde doen de figuren daaromheen: profeten, kerkvaders en Sibyllen [3].


Zo zijn op de eerste boog aan de rechterkant goed te zien de profeet Hosea (Osias), de Sibylle van Erythrea en de profeet Baruch en links de Sibylle van Europa (een latere toevoeging aan de schare Sibylles). Vlak achter de boog zien we links de Sibylle Agrippa en rechts de Tiburtina. Op het rechtergedeelte van het gewelf zijn de Sibylle van de Hellespont en de Perzische herkenbaar, met tussen hen in de profeten Daniel en Jesaia. Op de linkerhelft van het gewelf zien we de Lybische Sibylle. En tot slot zijn ook enkele kerkvaders goed herkenbaar, zoals Cyprianus, Basilius en Origines.



Klik op de pijl naar links <- of naar rechts -> of op de miniaturen rechts om meer foto's te zien


Het priesterkoor

Op het priesterkoor, waar het altaar staat en de eucharistie gevierd wordt, staat uiteraard het Lijdensverhaal centraal. Maar ook hier wordt de rol van Maria als Moeder Gods expliciet gemaakt.

Het priesterkoor ligt iets hoger dan het schip en wordt afgescheiden door een witte stenen balustrade, waarboven zich de triomfboog bevindt. Op die triomfboog zien we apostelen en de vier evangelisten: helemaal bovenin Johannes de Evangelist (afgebeeld met een kelk in de handen, vanwaaruit een slang komt [4]), met links van hem de apostel Paulus (te herkennen aan het kruis) en rechts de apostel Petrus (met de sleutels).



In de linkermuur treffen we een ‘aedicula’ aan, een kapelletje in de muur. Het zou de originele votiefheiligdom zijn en om die reden is de piëta erin afgebeeld. Op de rest van de linkermuur wordt het leven van Maria in scenes uitgebeeld. De fresco’s, van beduidend betere kwaliteit, dateren van omstreeks 1540-1550 en zijn het werk van Pierfrancesco da Montereale (die van de fresco’s van het kleine altaar), misschien met de medewerking van zijn vader Francesco, eveneens een in Abruzzo bekende schilder.


Het verhaal leest zich van boven naar beneden: de geboorte van Maria in het comfort van een rijke familie (wat een verschil met de sobere geboorte van Christus, enkele afbeeldingen later), Maria wordt als klein meisje door haar ouders naar de tempel gebracht (waar zij vervolgens negen jaar verblijft), de verloving met Jozef (compleet met een teleurgestelde aanbidder die de stok breekt aan wie hij tevergeefs zijn liefde voor het meisje had toevertrouwd), de annunciatie, het bezoek aan Elizabeth, de geboorte van Christus, de drie koningen. Daarnaast dus de aedicula, met daarin de rouwende Maria met haar gestorven Zoon in haar schoot.



Klik op de pijl naar links <- of naar rechts -> of op de miniaturen rechts om meer foto's te zien


De achterwand en linkermuur van het koor laten het Lijdensverhaal: de gang van Jezus met het kruis naar Golgotha (let op de wit geborduurde tuniek van Jezus) en rechts de kruisiging en de graflegging van Jezus.



Boven, op het gewelf, geeft God de Vader zijn zegen, omringd door een enorme schare musicerende engelen en cherubijnen.



Klik hier voor een korte impressie van het priesterkoor.



Enkele andere wetenswaardigheden

  • Let bij binnenkomst ook op de onderkant van het wijwatervat aan muur bij ingang: dat wordt ondersteund door een hand.

Wijvat Santuario della Madonna d'Appari - Paganica
Foto Benedetta Colella

  • Binnen in de kerk was er vroeger een tempera op hout waarop de Madonna op de troon werd afgebeeld, een werk van Andrea Delitio daterend uit de tweede helft van de 15e eeuw, dat zich nu in het Nationaal Museum van Abruzzo in l’Aquila bevindt.

  • In de kerk bevindt zich ook een kostbaar orgel met 400 pijpen, gebouwd door de Romeinse kunstenaar Tommaso Vayola in 1857. In de zomer worden er orgelconcerten gehouden.

  • De Madonna d'Appari wordt gevierd op de dinsdag na Pasen. Vroeger gingen de inwoners van de nabijgelegen plaatsjes Paganica, Camarda en Assergi dan naar de kerk om de mis bij te wonen en vervolgens deel te nemen aan de processie met het standbeeld van de Piëta, dat nu niet meer in het heiligdom wordt bewaard. Ze vertrokken 's morgens vroeg en brachten dan een stuk 'paaspizza' van de vorige dagen en wat zelfgemaakte salami met zich mee.


Bronnen:


Voetnoten [1] Wanneer Maria als Onze-Lieve-Vrouwe van Smarten wordt aanbeden, staan naar zeven ‘smarten’ centraal, waarvan de laatste vier deel uitmaken van het Lijdensverhaal: Maria’s ontmoeting met Jezus op weg naar Golgotha, Maria bij het Kruis, Maria die het dode lichaam van haar Zoon op school heeft (de ‘piëta’) en Maria bij het begraven van Jezus. [2] Het IHS-monogram, die de eerste letters van de naam Jezus in het Grieks voorstellen, werd vooral bekend als embleem van de orde van de Jezuïeten, maar werd ook al door heiligen in de eeuwen daarvoor uitgedragen. Bernardinus van Siena was een van hen. Hij ligt begraven in de Chiesa di S. Bernardino in l’Aquila. [3] In de Klassieke Oudheid waren de Sibyllen vrouwelijke orakels, in het bijzonder priesteressen van Apollo. Vanaf de late Middeleeuwen beschouwde de kerk twaalf van hen als profetessen van de komst van Christus, als heidense tegenhangers van de profeten uit het Oude Testament. In die hoedanigheid werden ze afgebeeld in de kunst, bijvoorbeeld op het plafond van de Sixtijnse Kapel in het Vaticaan.

[4] De slang verwijst naar een van de legendes rondom Johannes, die vertelt hij werd veroordeeld tot het drinken van de gifbeker. Toen hij daar een gebed over uitsprak, kroop het gif er in de gedaante van een slang uit, waarna hij het overgebleven vocht op kon drinken.

RECENTE BERICHTEN