top of page

De Santo Spirito a Majella in 1889

Deze vakantieweek bekijk ik Abruzzo door de ogen van Anne MacDonell, een Engelse reizigster die in 1907 door Abruzzo reisde en daarvan verslag deed in haar boek 'In the Abruzzi', dat in 1908 verscheen. Haar vriendin Amy Atkinson verzorgde er twaalf illustraties bij. Maar daarover later meer!


Een opmerking van Anne vandaag deed me belanden in een 'rabbit hole', je weet wel, dat je ergens op stuit, het nazoekt en er vervolgens zo diep in wegvalt, dat je vergeet waar je eigenlijk mee bezig was.


Anne had zo haar bronnen. Een verwijzing naar 'Bindi's ponderous volumes' in het hoofdstuk over de kunst in Abruzzo maakte mij nieuwsgierig. Deze Vincenzo Bindi (1852-1928), was kunsthistoricus, in het bijzonder van de Abruzzen, en in 1889 publiceerde hij het werk 'Monumenti storici ed artisti degli Abruzzi, dal secolo IV al secolo XVIII' (Historische en artistieke monumenten van de Abruzzen, van de 4e tot de 18e eeuw), waarin hij het hele artistieke erfgoed van de Abruzzen beschrijft in twee delen: een deel met tekst van ongeveer duizend pagina's en een deel met platen van belangrijke kunstenaars uit die tijd, onder wie Francesco Paolo Michetti en Gonsalvo Carelli.


De beschrijvingen zijn zeer uitgebreid en vooral interessant zijn natuurlijk de teksten over en prenten van monumenten die er niet meer zijn of die in Bindi's tijd (bijna anderhalve eeuw geleden) er heel anders uitzagen dan nu.


Zo stuitte ik al bladerend door de (op internet gewoon downloadbare) pdf-versie van beide delen op de aquarel door Gonsalvo Carelli (Napolitaanse kunstschilder 1818-1900) van de Santo Spirito a Majella, door Bindi 'sul Monte Majella' genoemd. De kerk die nu bij de ingang van deze kluis van Celestinus te zien is, is pas aan het eind van de 19e eeuw gerestaureerd en dus ook niet te zien in de aquarel van Carelli.



Aquarel door Gonsalvo Carelli


En dit is hoe de kerk/abdij er tegenwoordig uitziet:



De ingang van de hermitage nu


De hermitage Santo Spirito a Majella ligt op ongeveer acht kilometer afstand van het dorp Roccamorice, iets hoger de bergen in en is bereikbaar met de auto. De hermitage, die een kerk en abdij omvat, stamt in ieder geval uit de elfde eeuw, omdat we zeker weten dat de toen toekomstige paus Victor III er gewoond heeft, maar waarschijnlijk is hij nog ouder. Halverwege de dertiende eeuw bracht Pietro da Morrone, de latere paus Celestinus V, er enige tijd door en heeft er flink wat geld gestoken in verbouwingen. In de eeuwen daarna werden periodes, waarin de hermitage onbewoond was en door boeren gebruikt werd, afgewisseld met periodes dat er monniken waren. In de twintigste eeuw werd de hermitage gerestaureerd en opengesteld voor publiek. Het kluizenaarsoord is verdeeld in drie delen: de kerk met de sacristie en woongedeelte, een gedeelte met dienstvertrekken van het oude klooster en het deel met de gastvertrekken, de trap, scala santa genoemd, die naar l’oratorio di Maddalena leidt: de kapel.





Trap naar de kapel


Interessant is ook wat Bindi te zeggen heeft over het verval van de kerk/de abdij:


"De tempel wordt voorafgegaan door een portiek van Toscaanse orde, gemaakt van grote, witte gebeitelde stenen: alles wat overblijft van deze portiek is een enkele boog ondersteund door twee kolommen. De ingang van de kerk, van Jonian en Corinthian orde, wordt bekroond door een boog waar omheen geschreven staat


HOC CREDE MENTE SOLIDA


ECCLESIA HAEC S. SPIRITUI AB ANGELIS


CONSECRATA AEGRIS MEDICINA EST


ET CHRISTI FIDELIBUS DIMITTIT PECCATA OMNIA.


en verder onder, in grote letters :


PORTA COELI


Het interieur van de kerk is een hoop ruïnes, met slechts enkele overblijfselen van de oude constructie en spitsbogen. Twee grafstenen verteerd door de tijd, ook gerapporteerd door V. Zecca , bewaren de herinnering aan de inwijding van de kerk, en aan de beroemde bul van Benedictus XIV, die de abdij van de Majella privileges verleende die gelijk waren aan die van de basilieken van Lauretana, Subiaco en Montecassino.


Het marmer, de schilderijen en beeldhouwwerken die deze beroemde kerk versierden bestaan niet meer. Twee schilderijen, één met het beeld van Onze Lieve Vrouw en de andere met de neerdaling van de Heilige Geest in het Cenakel, waarschijnlijk van de Florentijnse school, werden overgebracht naar de nabijgelegen kerk van Rocca Morice.


De kronieken vertellen dat Petrus Celestinus zich in 1144 (sic!) op deze plaatsen terugtrok, zijn dagen doorbracht met vasten en boetedoening, en daar de eerste fundamenten van een kapel legde. Een grote aflaat werd verleend aan degenen die er op 27 augustus op bedevaart gingen. In korte tijd groeide de kerk in rijkdom en macht, en bleef in deze staat tot het in 1809 van alles werd ontdaan. Erger nog, in 1820, toen enkele herders uit beestachtige hebzucht de ijzers verwijderden die het klooster aan de rots vasthielden en het in brand staken, waardoor de kerk en abdij in een hoop ruïnes veranderden.


De abdij en de kerk werden gebouwd in een zeer kleine ruimte en over de levende steen. De Novelli schreef: Er is geen ruimte, geen kleine leegte die niet is benut, en een lange opeenvolging van trappen, loggia's, gangen en steegjes, waarvan de meeste zijn uitgehouwen in de steen door middel van scal¬vellen, komt bijna tot de top van die klif. Op deze laatste plaats staat een kapel, bijna om aan te geven dat de meest devote en sublieme plaats aan de religie toebehoort, en van waaruit je, als je naar beneden kijkt, naar een vormloos amfitheater lijkt te kijken.


Die laatste paragraaf lijkt weer beter te kloppen met de huidige stand van de abdij. Zie hier een aantal foto's van de laatste jaren:





1 Comment


Prachtig. Ik had nooit gehoord over dat werk van Bindi, maar het is inderdaad makkelijk te vinden op internet. Ongelooflijk.

Like
RECENTE BERICHTEN
ZOEK OP TAGS