Een avond met Dowland in Italië
- 22 jul
- 4 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 5 dagen geleden
Gisteren bezocht ik samen met mijn Italiaanse zus Manuela een bijzonder concert in de romaanse kerk Santa Maria in Valle Porclaneta bij Rosciolo dei Marsi (zie ook hier voor een artikel over deze kerk). Het concert maakte deel uit van Festiv'Alba, een festival dat iedere zomer concerten en theatervoorstellingen organiseert op bijzondere historische locaties in de Marsica, zoals het Romeinse amfitheater van Alba Fucens en enkele van de mooiste middeleeuwse kerken van Abruzzo.

Vooraf werden we hartelijk ontvangen door Agata Zamojska, de custode van Santa Maria in Valle Porclaneta. Wie met mij door Abruzzo heeft gereisd, heeft haar waarschijnlijk al ontmoet. Wanneer ik deze kerk met een groep bezoek, is Agata degene die ervoor zorgt dat de deuren opengaan.

Programma
Het programma "Il viaggio di Dowland in Italia" vertrok vanuit de reis die de Engelse luitist en componist John Dowland in 1595 door Italië maakte. Zijn wens om in Rome te studeren bij de beroemde componist Luca Marenzio kwam uiteindelijk niet uit, maar tijdens die reis bezocht hij onder meer Venetië, Padua, Ferrara, Genua en Florence, waar hij kennismaakte met de Italiaanse muziekcultuur en musici die grote invloed op hem zouden hebben.

Het programma verbond daarom zijn melancholieke liederen met werken van Italiaanse tijdgenoten als Claudio Monteverdi, Giulio Caccini, Francesco Cavalli, Giovanni Legrenzi, Giovanni Girolamo Kapsberger en Barbara Strozzi: een denkbeeldige muzikale reis die Engeland en Italië met elkaar verbond.
Uitvoerenden
De uitvoerenden waren Enrico Torre (countertenor) en Lorenzo Sabene, die afwisselend speelde op renaissance-luit, theorbe en barokgitaar. Juist dat maakte het concert extra interessant. De renaissance-luit heeft een zachte, intieme klank, terwijl de theorbe – met zijn opvallend lange hals en extra bassnaren – vooral werd gebruikt om zangers te begeleiden. De barokgitaar klinkt lichter en transparanter dan de moderne gitaar en gaf sommige stukken een heel eigen karakter.
Countertenors en sopranista's
Tijdens zijn toelichting vertelde Enrico Torre dat de belangstelling voor countertenors in Italië eigenlijk pas sinds enkele decennia weer echt is opgebloeid. Dat is opvallend, want de moderne herwaardering van deze stemsoort begon al direct na de Tweede Wereldoorlog in Engeland, met de legendarische Alfred Deller. Daarna groeiden vooral in Groot-Brittannië, Nederland, België, Duitsland en Frankrijk generaties internationaal beroemde countertenors, onder wie Michael Chance, Andreas Scholl, Philippe Jaroussky en de Nederlandse Maarten Engeltjes. Italië lijkt die ontwikkeling pas later te hebben gevolgd met een nieuwe generatie zangers als Carlo Vistoli, Raffaele Pe en Enrico Torre zelf.
Nog zeldzamer is de sopranista (of male soprano): een man die in het sopraanregister zingt. Wereldwijd zijn daarvan maar weinig voorbeelden. Zelf ben ik de afgelopen jaren een groot liefhebber geworden van de Israëlische sopranista Maayan Licht, die door critici wel een moderne Farinelli wordt genoemd. Niet omdat hij de beroemde achttiende-eeuwse castraat zou evenaren, maar omdat hij met zijn uitzonderlijke stemtype repertoire vertolkt dat oorspronkelijk voor castraten werd geschreven. Dat repertoire is natuurlijk nooit verdwenen – het werd lange tijd vooral door vrouwelijke sopranen en mezzosopranen uitgevoerd – maar dankzij countertenors en sopranista's krijgt het tegenwoordig weer een heel eigen, oorspronkelijker klankkleur.
Een verrassende componiste
Een bijzondere ontdekking voor mij was de muziek van Barbara Strozzi (1619-1677). In de zeventiende eeuw was het uitzonderlijk dat een vrouw niet alleen componeerde, maar haar muziek ook wist te publiceren. Strozzi slaagde daar wel in en geldt tegenwoordig als een van de belangrijkste componistes van haar tijd.
Vooral 'Amor dormiglione' was een verrassing. In dit speelse lied spreekt de verliefde ik-figuur de slapende god Amor streng toe. Terwijl hij rustig doorslaapt, liggen haar vreugden stil en blijven alleen haar zorgen wakker. Ze maant hem op te staan, zijn pijlen en vuur weer te gebruiken en noemt hem lui, traag en zelfs laf. De humor zit in het beeld van de liefdesgod die juist op het moment dat hij nodig is, zijn taak verzaakt.
Een geestig lied waarin de verliefde ik-figuur de slapende Amor aanspoort eindelijk wakker te worden en zijn werk te doen: zij staat in vuur en vlam, maar de god van de liefde slaapt rustig door.
Een van Dowlands meest aangrijpende liederen. De tekst schildert een somber beeld: de grond is van verdriet, het dak van wanhoop en de muren van zwart marmer. De zanger wil letterlijk "levend sterven" tot de dood hem verlost. De muziek weerspiegelt dit met dissonante klanken en een langzaam, smartelijk tempo.
Het lied verkent de paradox van de liefde in de barok: de geliefde is zowel de kweller als de redder. De zanger smeekt als het ware om de pijn van de liefde. De ogen van de geliefde worden beschreven als wapens en pijlen die het hart doorboren, terwijl de glimlach of lach fungeert als het tegengif dat de wonden onmiddellijk weer geneest..
Een prachtige avond, op een locatie waar architectuur, geschiedenis en muziek elkaar op een heel natuurlijke manier aanvullen!







Opmerkingen