Amiternum revisited
- 3 aug
- 6 minuten om te lezen
Tien jaar later terug in Amiternum
Precies tien jaar geleden, op 1 augustus 2016, bezocht ik voor het eerst het archeologisch park van Amiternum, even ten noorden van L'Aquila. Ik schreef er destijds een artikel over voor deze website.
Op 2 augustus 2026 keerde ik terug. Niet alleen omdat tien jaar een mooi moment is om zo'n bijzondere plek opnieuw te bezoeken, maar ook omdat ik deze keer deelnam aan een visita guidata onder leiding van collega-classica Lucia Tognocchi, die via haar website en Facebookpagina Abruzzo in Itinere regelmatig cultuurhistorische rondleidingen organiseert.
De monumenten zelf zijn in die tien jaar nauwelijks veranderd. Wat wél is veranderd, is de manier waarop de geschiedenis van Amiternum aan bezoekers wordt verteld. Toen ik hier in 2016 rondliep, waren de resultaten van het omvangrijke internationale onderzoeksproject van de universiteiten van Bern en Keulen nog nauwelijks zichtbaar op het terrein. Inmiddels zijn die onderzoeken gepubliceerd en zijn de nieuwe inzichten verwerkt in de presentatie van het archeologisch park. Nieuwe informatiepanelen, reconstructietekeningen en kleine expositieruimtes bij het theater en het amfitheater maken het veel gemakkelijker om de stad in haar oorspronkelijke samenhang te begrijpen. Reden genoeg om mijn artikel uit 2016 grondig te herzien.
Van Sabijnse nederzetting tot Romeinse stad
De geschiedenis van Amiternum gaat veel verder terug dan de Romeinse tijd. De vruchtbare vlakte langs de rivier de Aterno was al rond 5000 v.Chr. bewoond. Vanaf ongeveer de 10e eeuw v.Chr. vestigden zich hier Italische stammen die later door de Romeinen Sabijnen werden genoemd. Zij bouwden versterkte nederzettingen op de omliggende heuvels, vanwaar zij de bergpassen konden controleren en hun kudden konden beschermen.
Aan het begin van de 3e eeuw v.Chr. veroverden de Romeinen het gebied. Amiternum werd vervolgens ontwikkeld tot het bestuurlijke centrum van de regio. De stad groeide langs de Via Caecilia, de belangrijkste verkeersader van dit deel van de Abruzzen. Rond deze weg ontstond een regelmatig stratenplan met openbare gebouwen, woonhuizen en infrastructuur, waaronder een aquaduct.
De belangrijkste economische activiteit bleef de veeteelt. Dankzij de strategische ligging langs de routes van de transumanza – de jaarlijkse trek van schapen tussen de bergweiden van Abruzzo en de winterweiden in Zuid-Italië – ontwikkelde Amiternum zich tot een welvarende stad. Ook de landbouw speelde een belangrijke rol. Plinius de Oudere noemt Amiternum meermaals in zijn Naturalis Historia (1). De stad stond in de Romeinse wereld bekend om haar uitstekende rapen en om een bijzondere uiensoort, die volgens Plinius zelfs op een andere manier werd vermeerderd dan alle andere uien.
Theater en amfitheater
In de tweede helft van de 1e eeuw v.Chr. onderging Amiternum een periode van 'monumentalisering'. Toen werd het theater gebouwd, ten dele tegen een natuurlijke helling ten oosten van de Via Caecilia. Hier vonden tragedies, komedies en andere opvoeringen plaats. Een deel van de zitplaatsen en het toneel zijn nog altijd bewaard gebleven. De sculpturale versiering blijkt uit vondsten van onder andere een beeld van Hercules en marmeren theatermaskers, die tegenwoordig in het Museo Nazionale d'Abruzzo worden bewaard.
In de late 1e eeuw n.Chr. volgde de bouw van het amfitheater, in de vlakte ten zuiden van de Aterno. Hier werden gladiatorengevechten en jachtspelen gehouden. Het gebouw is grotendeels opgetrokken uit baksteen. Nog altijd zijn de arena, de ringgang en de buitenste zuilenrij goed herkenbaar. Opvallend is dat het gebouw al in de oudheid moest worden versterkt vanwege constructieve problemen.

Beide gebouwen bleven eeuwenlang in gebruik. Vanaf de vierde eeuw werden steeds vaker bouwmaterialen hergebruikt. In de middeleeuwen ontstonden op en rond de monumenten eenvoudige bewoning en begraafplaatsen. Toch bleef Amiternum, of in elk geval een deel ervan, bewoond tot in de 15e eeuw, dus nog geruime tijd nadat L'Aquila was gesticht.
Nieuwe inzichten door internationaal onderzoek
Een belangrijke reden waarom een tweede bezoek zoveel meer oplevert dan tien jaar geleden, is het onderzoek dat tussen 2006 en 2013 werd uitgevoerd door de universiteiten van Keulen en Bern, in samenwerking met de Italiaanse archeologische dienst en andere internationale partners. Tijdens dit project werden niet alleen opgravingen verricht, maar ook geofysische prospecties uitgevoerd: onderzoekstechnieken waarmee archeologen zonder te graven muren, wegen en andere structuren onder de grond kunnen opsporen.

Het doel van het project was een zo volledig mogelijk beeld te krijgen van de stad en haar omgeving. De verwerking van de enorme hoeveelheid gegevens duurde nog jaren. Inmiddels zijn de resultaten gepubliceerd en hebben zij geleid tot een veel beter begrip van de omvang en de ruimtelijke opbouw van Amiternum. Die nieuwe inzichten zijn tegenwoordig ook zichtbaar op de informatiepanelen in het archeologisch park.
De "zogenaamde peristyliumwoning"
Vlak bij het amfitheater liggen de resten van een groot gebouw dat jarenlang bekendstond als de domus a peristilio. Het complex is opgebouwd rond een ruime rechthoekige binnenplaats met zuilengangen en kende rijk versierde vertrekken met fresco's en mozaïeken.

Toch zijn archeologen tegenwoordig terughoudend om het gebouw als woonhuis te bestempelen. De informatiepanelen wijzen erop dat de functie onzeker is. Mogelijk ging het om een markthal, het gebouw van een beroepsvereniging of een complex dat verband hield met het amfitheater. Daarom spreken zij nu bewust van de "zogenaamde peristyliumwoning". Het is een mooi voorbeeld van hoe archeologisch onderzoek bestaande interpretaties kan nuanceren.
De kalender van Amiternum: het Romeinse jaar in marmer
Een van de opmerkelijkste vondsten uit Amiternum is deze officiële stadskalender, gegraveerd in marmer en daterend uit circa 20 na Christus, tijdens de regering van keizer Tiberius. Oorspronkelijk bestond de kalender uit twee grote marmeren platen: één met de maanden januari tot en met juni en één met juli tot en met december. De hier afgebeelde plaat is van dat tweede deel. Eeuwen later werd zij als bouwmateriaal hergebruikt in de kerk van San Vittorino, waar zij uiteindelijk werd teruggevonden.

De kalender laat zien hoe de Romeinen niet alleen hun bestuur, maar ook hun tijdrekening invoerden in de veroverde gebieden. Op het forum van iedere stad stond zo'n officiële kalender, waarop inwoners konden aflezen welke dagen geschikt waren voor rechtspraak, handel, volksvergaderingen, religieuze feesten en openbare activiteiten.
Een Romeinse maand was anders ingedeeld dan de onze. De dagen werden niet opeenvolgend genummerd, maar gerekend vanaf drie vaste momenten: de Kalendae (eerste dag van de maand), de Nonae (vijfde of zevende dag) en de Idus (dertiende of vijftiende dag). Daarnaast kende de kalender een achtdaagse marktcyclus (nundinae), aangeduid met de letters A tot en met H, waarbij iedere achtste dag marktdag was. Andere letters gaven de aard van de dag aan: F (fastus) voor dagen waarop recht gesproken mocht worden, N (nefastus) voor religieus verboden dagen, C (comitialis) voor dagen waarop volksvergaderingen konden plaatsvinden en EN (endotercisus) voor dagen die deels heilig en deels profaan waren.
Augustus uitvergroot
De detailfoto toont een deel van de maand augustus. Tussen de kalenderaanduidingen zijn historische en religieuze aantekeningen gegraveerd.

Zo wordt op 13 augustus, de Iden van augustus, de godin Diana herdacht, samen met de Etruskische god Vortumnus. Ook wordt verwezen naar de verering van Castor en Pollux (de Dioscuren) bij het Circus Flaminius in Rome. De dag vóór de Iden is gewijd aan Hercules Invictus, de Onoverwonnen Hercules, zeer populair in deze streek.
Dankzij de ontcijfering van de inscripties weten we dat de kalender niet alleen praktische informatie bevatte, maar ook herinnerde aan belangrijke gebeurtenissen uit de regering van Augustus, zoals de stichting van de Ara Pacis, de overwinning bij Actium, de jaarlijkse Ludi Augustales en op 19 augustus de dies tristissimus: de sterfdag van keizer Augustus in het jaar 14 na Christus.
Deze kalender was daarmee veel meer dan een praktisch overzicht van dagen en maanden. Hij maakte zichtbaar dat ook in Amiternum het openbare leven was afgestemd op het ritme van Rome, terwijl tegelijk ruimte bleef voor lokale tradities en religieuze gebruiken.
Een tweede bezoek dat de moeite waard was
Tien jaar geleden maakten vooral de monumentale resten van het theater en het amfitheater indruk op mij. Deze keer zag ik vooral de stad áchter die monumenten. Dankzij de vernieuwde informatievoorziening, de resultaten van jarenlang archeologisch onderzoek en de deskundige uitleg van Lucia Tognocchi kreeg ik een veel completer beeld van Amiternum dan tijdens mijn eerste bezoek.
(1) Bijvoorbeeld Plin. Nat. 19.27: est praeterea genus silvestre, cuius folia sunt erucae similia. palma Romae Amiterninis datur, dein Nursinis, tertia nostratibus. cetera de satu eorum in rapis dicta sunt.
"Er is bovendien een wilde soort, waarvan de bladeren lijken op die van raket (rucola). De eerste prijs (palma, de palmtak) wordt in Rome toegekend aan de inwoners van Amiternum, de tweede aan die van Nursia, en de derde aan die van ons eigen district (nostratibus). De rest over het zaaien daarvan is reeds gezegd bij de rapen."
Verder ook Plin. Nat. 19.35.

















Opmerkingen