Deel 1 Feuilleton Edward Lear - Illustrated Excursions in Italy


Edward Lear

Edward Lear (1812 - 1888) was een Engelse kunstenaar, illustrator, musicus, auteur en dichter, die nu vooral bekend is om zijn literaire nonsens in poëzie en proza; met de publicatie van zijn boek ‘A book of Nonsense’ (1846) gaf hij met zijn limericks zelfs een impuls aan de ontwikkeling van dit genre.Zijn belangrijkste werkgebieden als kunstenaar waren drievoudig: als tekenaar tekende hij vogels en dieren en maakte hij tijdens zijn reizen gekleurde tekeningen, die hij later gebruikte voor zijn reisboeken. Als auteur is hij vooral bekend om zijn populaire nonsenscollecties van gedichten, liedjes, korte verhalen, botanische tekeningen, recepten en alfabetten. Daarnaast was hij componist en zette hij bijvoorbeeld de poëzie van Tennyson op muziek.

Lear reisde veel. In 1842 reisde hij af naar het Italiaanse schiereiland, waar hij door Lazio, Abruzzo, Molise, Puglia, Calabria en Sicilia trok. In persoonlijke notities, geïllustreerd met eigen tekeningen, verzamelde Lear zijn indrukken van de Italiaanse manier van leven, de tradities van het volk en de schoonheid van de natuur en de oude monumenten. Van bijzonder belang voor Lear was Abruzzo, dat hij in 1843 bezocht: hij reisde er door de Marsica (Celano, Avezzano, Alba Fucens, Trasacco) en het plateau van Cinque Miglia (Castel di Sangro en Alfedena), langs een oude tratturo van de transumanza, de massale seizoenstrek van de herders met hun schapen tussen Abruzzo en Puglia. In 1846 verscheen zijn werk ‘Illustrated Excursions in Italy’, een beschrijving van zijn reis door Zuid-Italië.

Vanaf vandaag verschijnt hier op ‘In Abruzzo’ regelmatig een fragment daaruit.

Deel 1 – algemene inleiding Abruzzo

The provinces of the three Abruzzi are bounded on the north and west by the States of the Church, on the east by the Adriatic, and on the south by the Neapolitan counties of Terra di Lavoro and Molise or Campobasso. Their united population stands thus in Del Re [1], whose description of the kingdom of Naples is one of the best published, so far as it is completed.

Each province is governed by an Intendente, and is divided into districts (distretti) which are governed by Sott’Intendenti, who reside at the Capo Luogo of their respective districts. The capital of each province is the seat of the Intendenza. The distretti are further subdivided into Circondarii, under the control of Giudici; and these again into Communes.

By far the greater portion of the territory of the three Abruzzi is of a mountainous character, some of the highest points of the Apennine being situated in these provinces:

Monte Corno (usually called Il Gran Sasso d’Italia), Terminillo, and Velino, in the Abruzzo Ulteriore II; and the Maiella in Abruzzo Citeriore. Of these, Monte Corno is 9577 Paris feet above the level of the sea; Terminillo, 6597; Velino, about 7000; La Maiella, 8000.

The provinces of Chieti and Teramo are less interesting to a landscape painter than that of Aquila, the scenery of which, though somewhat bleak, is wild and majestic to a great degree: its towns also have more attractions both in a picturesque and historical point of view, and I confess my prejudices are equally in favour of its inhabitants. Most of the country between the Apeninnes and he Adriatic is highly cultivated, abounding with the vine, olive &c: that in the higher ground of the Abruzzo I and II is chiefly pasture land. To the south and east of the provinces, a large tract, bounded by the Terra di Lavoro and the Papal States, is thickly wooded; but extreme bareness is the characteristic of the greater extent of the Abruzzese territory.

[1] Del Re, Giuseppe. Descrizione de’ Reali Dominj al di qua del Faro, nel Regno delle due Sicilie. Napoli 1830.

RECENTE BERICHTEN
ZOEK OP TAGS
ZOEK OP CATEGORIE