Deel 4 Feuilleton Edward Lear - Tagliacozzo

01/10/2017

Edward Lear (1812 - 1888) was een Engelse kunstenaar, illustrator, musicus, auteur en dichter, die in in 1843 door Abruzzo reisde en zijn bevindingen in woord en beeld neerlegde in zijn boek 'Illustrated Excursions in Italy', dat in 1846 verscheen. Hier op  ‘In Abruzzo’ verschijnt regelmatig een fragment daaruit. 

 

 

Deel 4:  Tagliacozzo

Waarin de route naar Tagliacozzo indruk maakt op Lear en hij de stad en haar geschiedenis beschrijft.  

Volgende keer beschrijft hij de route naar Avezzano, door de Marsica. 

 

 

Aankomst

I have never seen anything more majestic than the approach to Tagliacozzo. It is a precipitous ravine, almost artificial in appearance; and, by some, indeed, considered as having been partly formed by the Romans, for the transit of the Via Valeria. A monastery, with a Calvario, or range of shrines, stands at the entrance of this extraordinary gorge, the portals of which are, on one hand, huge crags, crested with a ruined castle; on the other, prependicular precipices: between them is placed the town, receding step by step to the plain below, while the picture is completed by the three peaks of the towering Monte Velino, entirely filling up the opening of the ravine.

 

Met de klok mee vanaf linksboven: 1. Tagliacozzo, zoals Lear dat zag en tekende, boven de stad aankomend; 2. Het klooster nu (Chiesa e Monastero di SS. Cosma e Damiano); 3. Een non gaat het klooster binnen. Rechts van haar is nog de vondelingentrommel te zien; 3. De ontvangstruimte van het klooster. Achter de tralies zijn nu de producten te zien die de Benedictijner nonnen verkopen.

 

Long time we remained enjoying this sublime scene, and debating whether we should go on to Avezzano for the night, or remain at Tagliacozzo, as we had a letter of recommendation to its greatest proprietor, Don Filippo Mastroddi. We resolved finally to proceed; partly, because on presenting ourselves to the family, we might have been induced to stay a longer time than we could well afford for our equestrian ramble, in which we had determined to see as much as possible in a short period; and partly, because we were not so well provided with dress as a visit to so grandiose a palazzo as the Casa Mastroddi might render desirable. So down we went. By a street strongly resembling a stair-case, to the plain below, from whence the town has a most singular appearance, the Palazzo Mastroddi occupying a fine situation on the green near the Piazza.

 

Links Tagliacozzo vanaf de vlakte gezien, getekend door Lear zelf. Rechts het centrale plein van de stad nu, de Piazza dell'Obelisco.

Geschiedenis en bezienswaardigheden van Tagliacozzo

 

The lines of Dante

                                                     

“e la di Tagliacozzo

                 Ove senz’armi vinse il vecchio Alardi” [1]

 

have rendered the name of this town familiar to the reader of Italian poetry: not that the battle between Corradino and Charles was fought within a considerable distance; and one wonders why the celebrated though decayed city of Alba, or the modern Avezzano, near which the engagement really took place, did not rather connect their names with so great an historical event.  Tagliacozzo was then, perhaps, the more important place. At present, the town contains upwards of three thousand inhabitants [2], and is the most thriving in all the Marsica.

 

There is no record of Tagliacozzo having been the site of any ancient city: though Taliquitium, Taleacotium, have called forth a great deal of ingenuity from various antiquarian etymologists.  It seems to have been a stronghold of importance and its possesion was often contested during the divisions of the middle ages. As the commanding a passage between the Papa land Neapolitan dominions: the Counts, or Dukes of Tagliacozzo, were consequently, powerful Barons. In 1442 A.D. it was bestowed on the Orsini by King Alfonso: and, in 1497, Fabrizio Colonna received it from King Ferrante; and the Colonnesi stil hol much of the territory round the town. Tagiacozzo is much resorted by the devout, from its containing the remains of the Bishop Tommaso di Celano, whose bones rest in the church of St. Francesco [3]. The Madonna, called dell’Oriente (but from what cause even the labours of the Bishop of Venosa give no information), is also an object of great veneration [4].

 

 

 

Met de klok mee vanaf linksboven: 1. Monastero di San Francesco; 2. Graf van Tommaso di Celano in de Chiesa di San Francesco; 3. Madonna dell'Oriente (foto van Pietro Guida); 4. de icoon van de Madonna dell'Oriente (foto Wikipedia);

 

Voetnoten

[1] Dante, Inferno, canto 28, I.17 – (En die van Tagliacozzo, waar zonder wapens de oude Alard overwon). Verwijst naar de slag bij Tagliacozzo in 1268, tusen Karel van Anjou en Konradijn van Hohenstaufen. Alard de Valleri gaf Karel van Anjou de raad slechts een deel van zijn troepen in het veld te brengen en de Duitsers een schijnoverwinning te laten behalen. Toen de troepen van Konradijn na hun eerste overwinning aan het plunderen sloegen, overviel Alard hen met de achtergebleven troepen en wist hen zonder noemenswaardige verliezen te verslaan.

[2] Nu bijna zeven duizend. 

[3] Tommaso van Celano was een van de eerste volgelingen van Franciscus van Assisi en diens eerste biograaf.

[4] Het Santuario della Madonna dell'Oriente ligt 3 km buiten het centrum van Tagliacozzo

 

Edward Lear 

Edward Lear (1812 - 1888) was een Engelse kunstenaar, illustrator, musicus, auteur en dichter, die nu vooral bekend is om zijn literaire nonsens in poëzie en proza; met de publicatie van zijn boek ‘A book of Nonsense’ (1846) gaf hij met zijn limericks zelfs een impuls aan de ontwikkeling van dit genre.Zijn belangrijkste werkgebieden als kunstenaar waren drievoudig: als tekenaar tekende hij vogels en dieren en maakte hij tijdens zijn reizen gekleurde tekeningen, die hij later gebruikte voor zijn reisboeken. Als auteur is hij vooral bekend om zijn populaire nonsenscollecties van gedichten, liedjes, korte verhalen, botanische tekeningen, recepten en alfabetten. Daarnaast was hij componist en zette hij bijvoorbeeld de poëzie van Tennyson op muziek.

 

 

Lear reisde veel. In 1842 reisde hij af naar het Italiaanse schiereiland, waar hij door Lazio, Abruzzo, Molise, Puglia, Calabria en Sicilia trok. In persoonlijke notities, geïllustreerd met eigen tekeningen, verzamelde Lear zijn indrukken van de Italiaanse manier van leven, de tradities van het volk en de schoonheid van de natuur en de oude monumenten. Van bijzonder belang voor Lear was Abruzzo, dat hij in 1843 bezocht: hij reisde er door de Marsica (Celano, Avezzano, Alba Fucens, Trasacco) en het plateau van Cinque Miglia (Castel di Sangro en Alfedena), langs een oude tratturo van de transumanza, de massale seizoenstrek van de herders met hun schapen tussen Abruzzo en Puglia.

 

 

In 1846 verscheen zijn werk ‘Illustrated Excursions in Italy’, een beschrijving van zijn reis door Zuid-Italië. Hier op  ‘In Abruzzo’ verschijnt regelmatig een fragment daaruit. 

 

 

Please reload

RECENTE BERICHTEN
ZOEK OP TAGS